• Ana Barros

Kunnen we COVID-19 bestrijden zonder dierproeven?

Nu klinische proeven voor behandelingen en vaccins voor het nieuwe SARS-CoV-2-coronavirus uit de startblokken schieten, lijkt snelheid cruciaal. Maar worden er hierdoor geen belangrijke stappen overgeslagen? Nemen we een risico door dierproeven te omzeilen?


Dierproeven vormen normaal gesproken een cruciale stap in de ontwikkeling van vaccins en geneesmiddelen. Gewoonlijk kan de ontwikkeling van een nieuw vaccin al snel 5 tot zelfs 20 jaar in beslag nemen. Het is een langdurig proces waarin dierproeven worden omgezet om te verzekeren dat het vaccin niet alleen veilig is, maar ook effectief de ziekte in kwestie kan helpen voorkomen.


Volgens het bestaande wettelijk kader moet een fabrikant aantonen dat een product veilig is bij dieren voordat het aan mensen wordt toegediend, en hoewel het niet wettelijk is vastgelegd, controleren onderzoekers ook bijna altijd of een nieuwe formulering ook wel echt wérkt bij proefdieren, voordat menselijke vrijwilligers worden blootgesteld aan nieuwe geneesmiddelen. Op die manier beschermen de regels rond ethisch farmaceutisch onderzoek ons al 50 jaar tegen mogelijke risico’s.


Maar in de context van een wereldwijde pandemie worden oplossingen dringend. Om te voorkomen dat er nog meer mensen sterven moeten we wel snel reageren. Een scenario waarin we nog meer dan tien jaar moeten wachten op een vaccin is gewoon onaanvaardbaar.


Wereldwijde toezichthouders hebben de resultaten van een workshop over de ontwikkeling van COVID-19-vaccins ontmoet en gepubliceerd, waarin de voorwaarden voor toestemming voor proeven op mensen zijn vastgesteld. Deze omvatten vereisten voor preklinische gegevens en zouden ook het bekende theoretische risico moeten aanpakken dat vaccins tegen COVID-19 de ziekte zouden kunnen versterken. Met betrekking tot dierproeven stellen ze:

Voor alle SARS-CoV-2-vaccinkandidaten is het nodig om gegevens bij dieren te verkrijgen en om de immuunrespons die wordt opgewekt door een SARS-CoV-2-vaccinkandidaat te karakteriseren. Het is niet vereist om de werkzaamheid van de SARS-CoV-2-vaccinkandidaat in proefmodellen voor dieren aan te tonen voordat verder wordt gegaan met klinische FIH-trials (first in human).

De belangrijkste verschuiving is dus dat er geen vereiste is voor het aantonen van werkzaamheid.


Onderzoekers hopen snel behandelingen klaar te hebben, en voorspellen nu dat een vaccin over een jaar klaar zal zijn. Maar om deze deadline te halen, zullen er stappen moeten worden overgeslagen en moeten er op een andere manier gewerkt worden om versneld tot oplossingen te komen. En dat betekent vaak dierproeven schrappen of in parallel uitvoere, ook al heeft de Wereldgezondheidsorganisatie WHO expliciet verklaard dat proefdieronderzoek een fundamentele stap is in de zoektocht naar een COVID-19-vaccin voor mensen.


Voor Mark Feinberg, CEO van het International AIDS Vaccine Initiative, is het van primair belang om te zien hoe goed een nieuw vaccin infecties bij dieren kan stoppen, maar toch zegt hij dat, gezien de huidige noodsituatie, het logisch is om ook veiligheidstesten bij mensen al op te starten nog voordat die studies zijn afgerond.


“Persoonlijk vind ik dat niet alleen de correcte benadering, ik denk ook dat het de enige optie is die we hebben”, legt hij uit aan statsnews.

Voor de ene geldt het principe ‘nood breekt wet’: het uitbreken van een pandemie is reden genoeg om stappen die normaal gesproken opeenvolgend zouden gebeuren nu in parallel te doen. Maar anderen stellen het op een hoopje gooien van het hele proces moreel in vraag – er kunnen mogelijk onbekende gevaren zijn omdat het onduidelijk is hoe veilig en effectief de te testen stoffen zijn.


Het is natuurlijk enorm dringend om de COVID-19-pandemie te stoppen, maar maken we fouten door zo snel vooruit te willen gaan?


Sommige biomedische ethici stellen de shortcuts in de ontwikkeling ter discussie. De uiteindelijke voordelen van het snel-snel klaarstomen van vaccins met onvoldoende onderbouwde gegevens voor klinische studies wegen mogelijk niet op tegen de risico’s.

“Door plotse noodsituaties komt er vaak druk op bestaande rechten en normen, en ontstaat de drang om op zoek te gaan naar uitzonderingen op ethische regels”, legt Jonathan Kimmelman, directeur van de afdeling biomedische ethiek van McGill University, uit aan statsnews. “Vaak blijkt dit achteraf onverstandig.”


Om de risico’s enigszins te beperken, werken laboratoria meestal met bestaande medicijnen of vaccins die al hebben aangetoond dat ze veilig zijn of tot op zekere hoogte bij dieren werken. Veel geneesmiddelen die nu versneld in klinische studies naar COVID-19 worden getest, hebben al een vergunning gekregen, zijn veilig en worden gebruikt al gebruikt om patiënten met andere ziektes te behandelen. Voor nieuwe vaccins is vaak de manier waarop ze het virus aanpakken of het immuunsysteem stimuleren al getest en zijn bestaande recepten nu aangepast aan het nieuwe virus. Maar dat is zeker niet altijd het geval.


Om sneller dan ooit een vaccin te ontwikkelen, hebben sommige laboratoria ervoor gekozen om proefdierstudies en klinische studies (met mensen) tegelijkertijd uit te voeren, op voorwaarde dat als uit de dierproeven blijkt dat het nieuwe vaccin schadelijk zou zijn of geen effecten lijkt te vertonen, de klinische proef ook onmiddellijk moet worden stopgezet. Het gelijktijdig uitvoeren van de proeven of zelfs het omkeren van de volgorde is een zeldzame maar geen ondenkbare aanpak, vertelde Jeffrey Kahn, directeur van het Johns Hopkins Berman Institute of Bioethics, aan de New Republic. Maar om maximaal veiligheid, werkzaamheid en ethiek te vrijwaren is het meestal beter om dieren vóór mensen te testen. “Je moet goede redenen hebben om te zeggen:” We moeten op dit specifieke moment rechtstreeks naar mensen gaan of naar mensen gaan”, legde hij uit.


Maar bij Holly Fernandez Lynch, docent medische ethiek aan de Universiteit van Pennsylvania, roept het starten van menselijke experimenten nog vooraleer alle dierproeven zijn afgerond serieuze vragen op. ‘Het is mogelijk dat we de risico’s niet kunnen inperken zoals we zouden hopen, omdat we aan de tijdsdruk van de huidige uitbraak tegemoet willen komen’, zei ze. ‘Maar zijn de risico’s wel in verhouding tot de mogelijke voordelen?’


De voordelen zijn vrij duidelijk: levens redden door zo snel mogelijk over een vaccin tegen COVID-19 te beschikken. Maar dat zal in het beste geval nog minstens een jaar duren, wat snel is, maar waarschijnlijk niet snel genoeg om de huidige uitbraak te vertragen. Een paar hoeken afsnijden kan het ontwikkelingsproces van het vaccin versnellen, maar hoeveel tijd ons dat op lange termijn zal besparen is nog maar de vraag.


Holly Fernandez Lynch spoort aan om het tijdsperspectief voor ogen te houden.

“Het risico dat we nemen door overhaast te werk te gaan kan gerechtvaardigd zijn als het vaccin bijvoorbeeld tegen juni klaar zou zijn”, legt ze uit aan statsnews. “Maar als het gaat over het bekomen van een vaccin in maart 2021 in plaats van in juni 2021, is het voordeel veel minder duidelijk”, zei ze. “We mogen onszelf niet wijsmaken door te denken dat als we stappen overslaan, we volgende week of volgende maand een vaccin in handen krijgen.”

Dus hoe zit het met de risico’s? Een stof die een minimale beoordeling van veiligheid heeft doorstaan toedienen aan mensen brengt potentiële risico’s met zich mee. Een vaccin kan bij sommige patiënten de infectie verergeren in plaats van voorkomen. Het kan dus ook onverwachte effecten veroorzaken bij de testpersonen, die mogelijk ernstige ziek kunnen worden of zelfs sterven. En coronavirussen zijn in die zin bijzonder gevaarlijk.


Onderzoek wijst uit dat er bij vaccins tegen coronavirussen een risico bestaat tot zogenaamd ‘vaccin enhancement’. In plaats van te beschermen tegen infectie, kan het vaccin de ziekte zelfs verergeren wanneer de gevaccineerde persoon besmet wordt met het virus. Hoe dat komt begrijpen we niet volledig. Vaccin enhancement is dus een belangrijk struikelblok dat eerdere pogingen om coronavirusvaccins te ontwikkelen heeft bemoeilijkt. Antony Fauci, hoofd van het National Institute of Allergy and Infectious Diseases (NIAID), maakte dit punt heel duidelijk in een recente briefing van het Amerikaanse Witte Huis.

“Er zijn ziekten waarbij je iemand vaccineert, en wanneer ze besmet worden met datgene waarvoor je ze probeerde te beschermen, je juist de infectie versterkt. Hierop kan je een zicht krijgen met diermodellen … Het ergste wat je kunt doen is iemand vaccineren om de infectie te voorkomen en ze uiteindelijk nog zieker maken.”

Hij zei ook dat de VS op zijn vroegst binnen 12 tot 18 maanden een vaccin tegen corona zal hebben.


Helaas is dit ook één van de redenen waarom er nog altijd geen vaccins zijn voor de nieuwe coronavirussen die de afgelopen 20 jaar op ons af kwamen. Zo bleek uit een onderzoek naar een SARS-coronavirusvaccin in 2004 dat sommige fretten hepatitis ontwikkelden in plaats van bescherming tegen het coronavirus.


Het bekendste voorbeeld van vaccin enhancement vond plaats in de Verenigde Staten in de jaren zestig. Toen creëerden NIH-onderzoekers een vaccin om het RSV ​​virus te bestrijden dat longinfecties veroorzaakt bij baby’s. Maar de meeste baby’s die het vaccin kregen, ontwikkelden juist een ernstige vorm van de ziekte en twee kinderen stierven ook. Het is belangrijk dat we dit scenario niet herhalen en leren uit de fouten van het verleden.

“Ik begrijp het belang om het algemene proces waarmee we vaccins ontwikkeling te versnellen, maar op basis van alle gegevens waarover ik beschik, is het duidelijk dat dit niet het vaccin is om dat te gaan doen,” vertelde Dr. Peter Hotez, decaan van de National School of Tropical Medicine aan het Baylor College of Medicine, aan Reuters.

En de manier om het risico op vaccine enhancement te verkleinen, is om allereerst te kijken dat het niet voorkomt bij proefdieren.


Een loopje nemen met bestaande procedures kan dus ook grote gevolgen hebben voor toekomstige farmaceutische ontwikkelingen, om nog maar te zwijgen van het effect dat een mislukt vaccin zal hebben op de nu al groeiende argwaan over vaccins door de anti-vaccinatie beweging.


Bestaande wetten en normen aan de kant schuiven in een poging om forst uit de hoek te komen tegen de huidige pandemie is een gevaarlijk voorstel, legt Nicholas Evans, docent bij de afdeling Wijsbegeerte aan de University of Massachusetts Lowell Evans, uit aan The New Republic.

“Ik maak me niet alleen zorgen over wat dit zou betekenen voor deze specifieke studies, maar ik maak me ook zorgen over wat het zou betekenen voor klinische studies in de toekomst. Ik denk dat de gevolgen voor de wetenschap in het algemeen, en voor de betrokken proefpersonen heel slecht zouden kunnen zijn.”

Het is dus een riskante gok die duizenden levens zal redden als het lukt, maar die de gezondheid van vrijwillige test personen in gevaar zal brengen als dat niet het geval is. En Arthur Caplan, hoofd medische ethiek aan de Grossman School of Medicine van de New York University waarschuwt: “Hoe meer je het proces versnelt, hoe zwaarder je verantwoordelijkheid om op te volgen wat er aan de gebeurt wanneer je het vaccin in de echte wereld verspreidt.”

Door: Mia Rozenbaum, dit artikel verscheen op 7 april in het Engels op de website van Understanding Animal Research en op 9 april het Nederlands op de website van Infopunt Proefdieronderzoek.

Copyright © 2019 European Animal Research Association, All rights reserved.

European Animal Research Association 
 

London Office

Abbey House, 74-76 St John Street
London EC1M 4DZ
Tel: +44 (0)20 3675 1245
Email: info@eara.eu 

Brussels Office
52 Rue Marie de Bourgogne, 1st Floor
1000 Brussels,
Belgium

 

  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn Social Icon
  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • LinkedIn Social Icon